Ons diepste verlangen (1e) 3-12-17

Marjolijn RusschenAdvent, Preken

1e advent Thema Verwachting

God zegt tegen Jesaja: ‘Troost mijn volk’.

Wat ís ‘troost’? Ik denk, twee dingen: Het ene is: Dat er aandacht is voor je pijn of je verdriet. En het tweede is: Uitzicht. Dat je vertrouwen hebt, dat je weer verder kunt.

Als mijn kind gevallen is en een kapotte knie heeft, en ik zeg: je moet niet zeuren, dan geef ik die aandacht niet. Dan doe ik net alsof zijn pijn er niet is. Dat is geen troost. Maar aandacht en erkenning alleen is niet genoég. Je kunt met je kind blijven jammeren om die kapotte knie, maar daar heeft het kind ook niets aan. Een knuffel, een pleister, prima,  Maar dan moet het ook weer vérder kunnen spelen.

Echte troost is: nabijheid én uitzicht. Je moet ook weer vérder kunnen. Zulke troost krijgen we in de advent. Aan het begin van ons kerkelijk jaar leren we om verder te kijken. En die levenshouding, die we nu leren, werkt het hele jaar - en ons hele leven - door.
Het lijkt wel alsof iedereen denkt, dat wij geloven in ‘iets’, ‘wat wel of niet bestaat’. Maar geloven is iets anders. Geloven is vertrouwen. Vertrouwen dat God naar ons toékomt - altijd weer. Iemand die gelooft, kijkt dus altijd als een soort verspieder om zich heen. Zie ik het al?
Dat Rijk dat God belooft, zie ik al iets van God?

Daarom gaan we elke zondag naar huis met de woorden: ‘Ga dan heen in vrede, in de verwachting van de toekomst van onze Heer’.

We vertrouwen zelfs op zijn komst als niets daarop lijkt. En vaak is dat zo – dat niets erop lijkt. Dat was al zo in de tijd van de bijbel. Jesaja zegt: Wat is nu een mensenleven –  Het is maar kort. Een zuchtje, en het is voorbij, het is als het gras dat verdort en als de bloem die verwelkt. En dat korte leven van ons, is ook nog eens vol moeite en pijn.  En Jesaja en Jezus en Paulus - ze leven in tijden van ballingschap en onderdrukking, ze zijn ver van huis, rust en de vrede zijn ver te zoeken.

Wij leven dan wel niet in ballingschap en wij worden niet onderdrukt, maar ook in ons leven zijn rust en vrede vaak ver te zoeken. Hoogleraar Herman Paul, zegt: Dat wíj vaak vastlopen in ons leven, omdat wij polytheisten zijn. Paul bedoelt daarmee: wij vertrouwen niet op die ene God van de bijbel, maar wij vertrouwen op allerlei andere dingen. Dat zijn onze goden.
En dat zijn goden die ons geen rust en vrede geven. Die goden van onze tijd die beloven ons:  waardering en rijkdom en macht, succes en schoonheid. Ook wij in de kerk zijn gevoelig voor de aantrekkingskracht van die goden.

Mijn tieners bijvoorbeeld keken indertijd – als ik het niet in de gaten had –
naar een tv programma over superrijke mensen in Amerika. Inmiddels hebben ze dat soort idealen ver achter zich gelaten, Maar toch: het spreekt tot de verbeelding. Tieners die op hun 16e een hele dure auto krijgen, feesten met honderden gasten, huizen met vele badkamers en goed uitgeruste fitnessruimten. Als je dat ziet, denk je: waaauw! Ik wou dat ik dat had. Zulke beelden vormen je verlangens. Dat wil jij ook: Mooi zijn en rijk. Succes hebben en aanzien. Dat iedereen je waardeert je en naar je opkijkt.

Maar, zegt de bijbel en zegt H. Paul, dat zijn afgoden. Zulke goden brengen ons geen rust en vrede. Denkt u aan alle tieners en twintigers met burn-outs en anorexia en veel andere problemen. Denkt u aan de excessieve rijkdom in onze maatschappij. En aan de keerzijde daarvan. De armoede dichtbij huis en in grote delen van de wereld.

Zulke goden brengen geen rust en geen vrede. Geen vrede met jezelf, en geen vrede in de wereld. Daarover gaan onze teksten, wij herkennen onszelf daarin. Onze moeite en onze pijn - ze worden gezien. God is bij ons - in alle pijn, waarmee de mensen mensen zijn.

Dat is een troost, maar het zou geen échte troost zijn, als het daarbij zou blíjven.  God geeft ons een nieuw vertrouwen. Dat is een mooie definitie van troost, vind ik.  Troost is: ‘nieuw vertrouwen geven’. Dat doen onze teksten: In de duisternis, in alle moeiten en pijn, geven zij perspectief, kijk goed, zeggen ze, kijk om je heen: Dan zie je dat het anders wordt. Paulus zegt: ‘De nacht - die loopt ten einde. De dag komt naderbij. Jesaja zegt het niet, hij roept het. Hij schreeuwt het als het ware van de daken, zo belangrijk is het: De Heer komt.

In het evangelie zién we het al gebeuren, De Heer, Jezus, trekt Jeruzalem binnen, een koning op een ezel. Deze Heer is niet uit op zijn eigen macht. Hem gaat het niet om zijn eigen ego. Hij is rechtvaardig en zachtmoedig. Als Hij onze God is, dan wordt alles anders!
Wat een opluchting zal dat zijn, wat een bevrijding! Dan kunnen mensen in vrijheid leven, mMet respect voor de ander, dan kunnen mensen groeien en bloeien. Dan hoeven ze niet mee te doen met de ratrace, dan hoeven ze elkaar niet te overtroeven, dan wordt ieder mens gezien en gerespecteerd en geliefd. De Heer, de god van de Bijbel is heel anders dan al die machthebbers, die ons klein maken. Hij geeft ieder mens eigenwaarde.

Op elke bladzijde leert de bijbel ons uit te zien, naar de toekomst van déze God.  De bijbel leert ons te verwachten, dat deze God, Zijn goede schepping, die zoveel te lijden heeft, zal vernieuwen en herstellen. Ons wordt dus niet beloofd, dat er een speciale route is, waarlangs de gelovigen aan de ellende van deze wereld kunnen ontsnappen. De gelovigen worden dus ook niet opgeroepen om zich terug te trekken uit de wereld. Nee, een vlucht uít de wereld zou ons geen troost geven. Wat ons wel echte troost geeft, is de komst van de Heer ín ónze wereld. Dat geeft ons hoop en uitzicht.

Ja, ons leven is maar kort, en er is heel veel mis in de wereld, en de geschiedenis geeft ons niet echt aanleiding om te denken dat er echt eens wereldvrede zal zijn. En toch, en toch verwachten wij dat God naar ons toe zal komen. En dat Hij onze wereld zal vernieuwen en heel zal maken. We zingen straks: dat ìs al gebeurd. God is al naar ons toegekomen in Jezus Christus, en Hij komt nog altijd naar ons toe. Ik zegt Hij, ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen, zie je het niet?

Als je, zo, verwachtingsvol leeft, zegt Jesaja, dan verandert er iets. In de woorden van Jesaja:  Zijn loon heeft hij bij zich, Zijn werk gaat vóór zijn aanschijn uit (Jes 40 vs 10).  Met andere woorden: Als je zo verwachtingsvol leeft, dan zie je al gebeuren wat God belooft. Dan ga je alvast de dingen doen, die bij God horen. Al die andere goden hebben dan niet meer zo’n aantrekkingskracht. Aanzien, succes, schoonheid, rijkdom en macht –
Je eigen ego - Je ontdekt hoe betrekkelijk die eigenlijk zijn. Heb ik me nou daarom al die jaren zo druk gemaakt! Is dat nou echt wat mijn leven betekenis geeft?

Als je God verwacht, dan ga je je op andere dingen richten, dan ga je alvast de dingen doen, die bij God horen. En zo baan je de weg voor Hem. Zo maak je het Hem mogelijk om naar ons toe te komen. Je ontdekt je eigen waarde. Je ziet de waardigheid van ieder mens.
Jouw waardigheid hoef je niet steeds weer opnieuw te bewijzen, door je rijkdom, of door je succes of door je aanzien. Je weet dat je geliefd bent, en dat je beeld en gelijkenis van God bent. Hoogleraar Herman Paul zegt: ‘Wat wij verlangen vormt ons. Ons verlangen vormt ons hart’.

Door ons te oefenen in het geloof, door ons hart te richten op de God van de bijbel, gaan wij naar andere dingen verlangen. Dan ga je anders in het leven staan. Dat heb ik in de afgelopen tien jaar gezien bij onze ouderen. Dat maakt grote indruk op mij. Steeds weer zie ik bij hen een enorme veerkracht - ook in moeilijke en verdrietige omstandigheden. Zij kennen echt wel moeite en verdriet – echt wel – Maar zij kijken ook altijd weer verder –
Verder dan hun eigen verdriet – Zelfs dan denken zij vaak al weer aan een ander, en doen zij hun best om er voor de ander te zijn. En dat maakt hun leven rijk aan vreugde en plezier.
Het is de grote uitdaging aan ons, dat wij onze kinderen kunnen vormen in een zelfde levenshouding. Dat zij vol vertrouwen in het leven staan, hun eigenwaarde zien, de waarde van ieder ander, en dat zij gewapend zijn tegen alle verlangens die ons geen rust en vrede geven.

Als gelovigen kijken we, als de verspieders in het beloofde land om ons heen: en als we goed kijken zien we al enorme trossen rijpe vruchten. Dan banen we een weg voor onze Heer.
Dan kunnen we ze al zien: zijn loon dat al voor hem uitgaat, Laten we het voorbeeld van onze ouderen volgen. En ons hart richten op die God, die ons echt rust en vrede geeft.

Amen.

Jesaja 40 vers 1-11, Rom 13 vers 11-14a en Mt 21 vers 1-9