Zittende ter rechterhand van God, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden

BhrDSchieGeloofsbelijdenis, Preken

9e in de serie geloofsbelijdenis

‘Jezus zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Aan zijn koninkrijk komt geen einde’.
Deze woorden van de geloofsbelijdenis klinken misschien raadselachtig, maar zij geven ons troost en hoop, want, net als het lied dat we hoorden zeggen zij: ‘Heel ons aardse bestaan, wordt vernieuwd in Gods naam. Waar God zelf op aarde komt, daar keert God alles om’.
We gaan op ontdekkingstocht.

In onze lezing zegt Jezus: ‘De mensenzoon zal, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen plaats nemen op zijn glorierijke troon’. Je ziet het voor je. Jezus is bij God. ‘En Hij zit naast God, op de troon,’ aan Gods rechterhand’(Kol.3).

Dat is het koninkrijk van God. God is koning en Jezus zit naast hem op de troon. God en Jezus horen bij elkaar. Onafscheidelijk. Jezus is opgenomen in God. Hij maakt deel uit van God.
Wij kunnen God niet meer denken zonder Jezus, want Jezus heeft ons God laten zien,
en wel op een heel bijzondere manier: Hij heeft ons God laten zien in een mens. Door Hem zien wij God in een mens, in de kwetsbaarheid van een mens, zien wij God. Door Christus heeft ons kwetsbare menszijn, goddelijke waarde gekregen. De Christus die ons dat heeft laten zien, die is koning. Door Hém oefent God zijn macht uit. Want dat betekent dat: zittend aan de rechterhand. Daar zit degene die de macht uitoefent. U begrijpt dat de macht die de lijdende en gekruisigde Christus uitoefent, heel anders is dan die van de machthebbers die wij om ons heen zien. God keert alles om.

Bij deze koning staat de zorg voor de kwetsbare en weerloze mens voorop. Hij is een koning als een goede herder. Zijn glorie is dat mensen tot hun recht komen, álle mensen. En alle volken zijn dan ook verzameld rond zijn troon. En tegen al die mensen, zegt Hij –
Dit koninkrijk van mij – dat is er voor jullie. Dat ligt al voor jullie gerééd vanaf de grondlegging van de wereld. Ik nodig jullie uit, om dááraan deel te hebben.

Wie weleens in een Oosters Orthodoxe kerk is geweest, heeft misschien wel gezien dat
In de centrale koepel van zo’n kerk een afbeelding is van een zegenende, troostende en uitnodigende Christus. De bijbel die hij vasthoudt, ligt opengeslagen bij vers 34 van onze lezing. ‘Komt gezegenden van mijn Vader,neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondlegging van de wereld voor jullie is bestemd. Iedereen wordt uitgenodigd. Iedereen mag delen in de glorie van God. Zijn troost en zegen zijn bedoeld voor iedereen.

Maar deelt ook iedereen daarin? Laten we eens kijken wat Jezus daarover zegt. Deze koning zal de mensen van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. Degenen aan zijn rechterhand delen in zijn koninkrijk, degenen aan zijn linkerhand niet.
Jezus vertelt er ook bij wie die mensen aan zijn rechterhand zijn. Dat zijn zij die de hongerige te eten geven, en de dorstige te drinken, die de vreemdeling opnemen, die hun kleding delen met degene die te arm is om kleren te kopen. Dat zijn zij die de ander niet in zijn hemd zetten, dat zijn zij die zieken bezoeken en naar gevangenen gaan. Want, zegt Jezus, in de vreemdeling en in de mens die honger heeft, ontmoet je mij. Met andere woorden:
Je kunt God ontmoeten, in een mens, die kwetsbaar is, een mens, die is zoals jij.
Als je de kwetsbaarheid van de ander ziet, en beseft dat je zelf ook zo’n kwetsbare mens bent, dan gaat je hart open, dan wordt het zo wijd als het hart van God, dan kun je de ander zonder oordelen tegemoet treden.
Zo’n ontmoeting maakt je leven rijk. Die maakt jou tot een gezegend mens. Je wordt boven jezelf uitgetild. Je ervaart de heiligheid van God en de grootsheid van ons leven. De hemel raakt de aarde. Ja, God keert alles om. Niet in machtsvertoon, pronk en praal, succes of vertier, maar in de kwetsbaarheid van de ander en van mezelf, ervaar ik God. Ik weet: ja, hier is Christus, hier komt ons menszijn tot zijn recht. Dit is het koninkrijk van God. De hemel raakt de aarde.

Dit stelt een vraag aan ons. Het vraagt aan jou en aan mij: Wat maakt mijn leven rijk?
Wat geeft mijn leven betekenis? Door deze woorden besef je ook: mijn leven kan zomaar voorbij zijn. Heb ik die dan die rijkdom ervaren? Wat betekent dat staan voor de troon van Christus, voor mijn leven nu? Waarom klinken die woorden van Jezus zo streng? Kan het zijn, dat hij wil dat ik mijn leven niet voorbij laat gaan, zonder dat ik heb geleefd?

Wat zegt onze tekst uit Deuteronomium daarover? Daar staat: er zijn twee manieren van leven. In de bijbel heet de ene manier ‘leven’. Dat is: luisteren naar de woorden van God en die doen. De andere manier heet ‘dood zijn’. Dat betekent: niet luisteren naar de woorden van God, die niet doen. Jij kunt kiezen. De bijbel spoort ons aan om te kiezen voor het leven,
Want dan zul je zegen ervaren. ‘Kies dan het leven opdat je leeft.’
In Kolossenzen 3 gaat het over diezelfde keuze: Laat dat oude leven achter je. Laat de woorden van Christus, in al hun rijkdom in je wonen. Kleed je in zijn liefde.

Telkens weer komt Jezus naar ons toe. Steeds weer is hij op een verrassende manier in ons midden en elke keer laat Hij ons het verschil zien tussen ‘levend’ en ‘dood’. Dat is dat oordelen van hem, het is scheiden, onderscheiden. Er is verschil tussen de ene manier van leven en de andere. Hij nodigt ons uit om te kiezen voor het leven.

Wie in Bijbelse termen ‘dood’ is kan opnieuw beginnen. De mensenzoon die op de troon zit,
Vergeeft je elke keer weer. Hij is maar al te blij als je kiest voor het leven. Dat kun je doen. Elk moment opnieuw. Die mensenzoon die op de troon zit, is gekomen om te zoeken wat verloren is, om te bevrijden wie in schuld en angst gevangen zijn, om ons te redden als ons hart ons aanklaagt. Deze koning keert alles om. Ons geluk, onze glorie is zijn glorie.

Er is nog iets, wat belangrijk is. In de geloofsbelijdenis staat: Het is Christus, die aan de rechterhand van God zit. Híj is het, die onderscheid maakt. Híj oordeelt wie levend is en wie dood is. Niet jij of ik. Zíjn oordeel is vol vergeving. Zijn oordeel nodigt ons uit. We kunnen opnieuw beginnen. Hoe anders is dat als wij oordelen.

Wij weten het allemaal zo goed: wie de ander is, hoe de ander is, wat de ander verkeerd doet, hoe de ander moet zijn en wat hij moet doen. Iedereen die weleens door ziekte of door het breken van een heup of iets dergelijks afhankelijk is geweest van anderen, weet dat maar al te goed. Juist als jij in de ogen van de ander de zwakkere lijkt, gaat die ander je ineens goede raad geven en je betuttelen. Het is verbazingwekkend hoe we overal en altijd weer manieren vinden om onszelf superieur te voelen aan de ander, of aan een andere groep mensen. Het lijkt wel alsof wij ons bijna automatisch beter, slimmer, wijzer, rijker, gezonder voelen dan de ander. En ons oordeel over de ander is vaak hard, meedogenloos en definitief. De ander heeft afgedaan.

Maar Jezus draait het om: Hij zegt: in hem, of haar, kun je Mij ontmoeten. Als je de ander zo kunt zien verandert er iets. Je hart gaat wijd open. Het wordt zo wijd als het hart van God. Je ziet dat de ander een geheim is, dat het huwelijk van de ander een geheim is, ja, dat jijzelf een geheim bent, ook voor jezelf. We zullen nooit een ander helemaal kunnen begrijpen, en ook niet het huwelijk van anderen en ook niet onszelf. Dat is aan die God, die wij hebben leren kennen als Jezus Christus. Aan Hem is het oordeel. Hij is het van wie wij zeggen: (Ps 139) ‘Gij, die mij kent zoals ik ben. Dieper dan ik mijzelf ooit ken kent Gíj mij’. Aan zijn koningschap komt geen einde. Zijn koningschap is van alle tijden.

Zoals het lied dat we hoorden aan het begin van de dienst, van de groep Sela zegt:
‘God keert alles om. Hij brengt de hemel hier. Onze koning maakt zich kwetsbaar als een kind. God keert alles om. Hij brengt ontheemden thuis. Wie alleen is wordt door liefde vergezeld. God keert alles om en geeft vermoeiden rust. Wat gebroken is wordt in zijn naam hersteld. Hoe verheven zijn wegen, hoe omvangrijk zijn zegen. Heel ons aardse bestaan, wordt vernieuwd in zijn naam. Waar God zelf op aarde komt, daar keert God alles om.

God keert alles om …………..Hij laat door Jezus zien, dat de hemel met zijn komst de aarde raakt’.
Amen.

9e in de serie over de geloofsbelijdenis.
Mattheus 25 vers 31-46, Deut. 30 vers 11-20 en Kol. 3 vers 1-3 en 5-17