Mijn held, 17 juni 2018

Marjolijn RusschenPreken

Ik weet niet hoe u het hebt, maar het lukt mij maar niet om onze huidige leiders – nationaal en internationaal – als helden te zien. Mijn helden – dat zijn mensen die in een moeilijke situatie vasthouden aan God en die in het gesprek met God een uitweg zoeken. Zo’n held is Job.

U weet, Job is getroffen door groot leed. Zijn knechten, zijn bezittingen, zijn vee, ja, zelfs zijn kinderen en zijn gezondheid is hij kwijtgeraakt.
Wat doet Job nu? Job rouwt. Iemand vroeg mij: wat is roúwen? Ja, wat is rouwen?
Ik denk zoiets als: je verdriet voelen, je gedachten de vrije loop laten, echt tot je door laten dringen hoe groot je verlies is, of hoe je je hebt ingespannen, en wat dat van je heeft gevraagd.
Rouwen is hard werken. Je denkt dat je niets doet, en toch ben je uitgeput aan het eind van de dag. Rouwen kun je ook doseren. Vaak is het verdriet te groot om in één keer te bevatten
Dan doe je het stukje bij beetje. Misschien doe je het wel altijd stukje bij beetje.
En ook al heb je iets goed verwerkt, veel later en onverwacht kan het je toch weer zomaar ineens overvallen. Blijkbaar zat er toch nog iets.

Je kunt ook niét rouwen. Je kunt ervoor weglopen. Misschien ben je bang dat het te heftig zal zijn, dat het je zal overspoelen. Heel druk ga je heel veel doen, zodat je maar niets hoeft te voelen. Misschien wel, ben je bang, dat het nooit meer overgaat, als je het toelaat.
Maar het is juist andersom. Als je echt je moeite, je boosheid, je onmacht of wat dan ook – binnen laat komen – dan kun je er ook doorhéén gaan. De bijbel staat vol met verhalen over zo’n doorgang door de diepte naar een nieuw begin.
Maar ja, je hebt er wel moed voor nodig. Wie rouwt, is dapper. Job is dapper. Job rouwt.

Aan Job kunnen we ook zien, hoe rouw zich kan uíten. Hij zwijgt. Hij spreekt. Als hij eenmaal begonnen is, is hij niet meer te stoppen. Alles gooit hij eruit. Alles wat hij voelt, zegt hij tegen God. Hij klaagt. Hij klaagt God aan: ‘Wat heeft mijn leven nog voor zin. Het zou beter zijn als ik niet was geboren!’
Job roept God ter verantwoording. ‘God, jij hebt mij gemaakt, met toewijding en met tederheid heb je mijn nieren en mijn hart bereid. Jij hebt mij in de moederschoot geweven,
mij met uw wonderen omgeven’ (Psalm 139,7). Hoe kun je mij dit dan áándoen? Hoe zit dat met die liefde van u? Waarom maakt u mij kapot? Ik ben toch uw mens, uw trots, de kroon op uw schepping,
Job ontkent schuld. ‘Alles heb ik gedaan voor u – en nu dit. Dit kan niet, dit mag niet. Dit accepteer ik niet!’
Job spreekt zichzelf ook tegen. Hij gelooft niet dat God hem het kwaad heeft aangedaan, en toch geeft hij God de schuld. Hij moét zich uiten – redelijk en onredelijk – voor het aangezicht van God gooit hij alles eruit. Alles kan hij tegen God zeggen.
Blijkbaar kán God tegen een stootje. Blijkbaar is in Gods liefde zoveel ruimte en zoveel begrip – dat je bij God alles eruit mag gooien.
In al deze dingen zien we – en daar gáát het om – Job is en Job blijft in gesprék mét God.

Job zegt niet: ‘als God me niet voor onheil behoedt, wat heb ik er dan aan? Met zo’n God wil ik niets te maken hebben’.
Nee Job ziet onder ogen dat het kwaad bestaat, maar ook in dat kwaad – is en blijft hij in gesprek met God. Hij blijft verbonden met God. ‘Wat u ook hebt gedaan, om mijn vertrouwen in u te ondermijnen’, zegt Job, ‘ik laat u niet los’.
Misschien vindt u dat een beetje een vreemde gedachte, maar die hele aanklacht van Job is dus een daad van geloof. Dat is geloven – in gesprek zijn met God.

Het boek Job is een gelijkenis, zagen wij vorige week. Wij lijken op de personen in een gelijkenis. Wij kunnen onszelf dus herkennen in Job, en ook in de vrienden van Job.
Dat zijn Elifaz, Bildad en Sofar. Ook zij houden hele betogen. Een enkel fragment daaruit hebben we gelezen. Wat zeggen zij? Kort samengevat zeggen zij: ‘Job, je zégt dat je onschuldig bent, maar dat is niét zo. Dat kán niet waar zijn, want God is rechtvaardig.
Je moét dus wel schuldig zijn. God zou je heus niet gestraft hebben, als je niets fout had gedaan’. Dat zeggen de drie vrienden van Job.

Er is nog iemand die het woord voert. Het is een jongeman, Elihoe. Hij is het niet eens met Job maar ook niet met Jobs vrienden. Hij staat te popelen om ook zijn mening te geven. Elihoe zegt: ‘Ook als je niet hebt gezondigd, kun je getroffen worden door een groot verdriet. Ook een rechtvaardige kan worden getroffen door onheil. Dan doet God dat niet om je te straffen, maar om je iets te leren. Daarmee geeft God je een les. Zo leert Hij je om niet trots te worden. God wil voorkomen dat je je gaat verbeelden, dat je rechtvaardig bent’.
Even kort door de bocht: God zou je, volgens Elihoe, dus ellende bezorgen om je klein te houden, zo van,’ jij mensje, je verbeeldt je misschien heel wat, maar je moet wel je plaats weten!’

Deze vier sprekers hebben een paar dingen gemeenschappelijk.
*Zij zijn zelfingenomen.
*Zij zijn stellig. Ze hebben geen twijfels, geen vragen. Ze hebben alleen maar zekerheden. Zíj wéten hoe het zít. Zo is het. Punt uit.
*Zij oordelen – en dus véroordelen – zij Job.
*De deur zit dus al dicht. Een gesprék, een over en weer, is er niet meer.
*en nog iets: zelf blijven zij buiten schot. Zij hebben een theorie. Een theorie óver God en een theorie óver Job.
Dát is het grote verschil tussen Job en zijn vrienden. Job spreekt mét God en zij spreken óver God. Dat is hét grote, dat is hét wezenlijke verschil tussen Job en zijn vrienden.

Iemand zei laatst tegen mij: ‘Ik heb geen behoefte aan het geloof’. Dat hoor je wel vaker mensen zeggen. Rabbijn Abraham Heschel ziet dat anders. Hij zegt: ‘De mens heeft de behoefte om behoefte van God te zijn’. Nog een keer: ‘De mens heeft de behoefte om behoefte van God te zijn’. Wat bedoelt hij daarmee? Laten we die zin eens analyseren.
Eerst de behoefte van God.
Vorige week zagen we dat de hele bijbel één grote zoektocht is, van God naar de mens. De hele bijbel door zoekt God naar die mens die beeld en gelijkenis is van God, de mens die hij voor zich zag, toen hij ons heeft geschapen. De mens, die vrij is en die verantwoordelijkheid durft te nemen, en daar iets moois mee doet. God zoekt de mens die de aarde bewoonbaar maakt. Dat is de behoefte van Gód.

Nu de behoefte van de mens. Heschel zegt, ‘dat verlangen van God, dat is ook óns verlangen’. Je wilt toch niet ‘alleen-maar-een-deel-zijn-van-de-natuur’. Je wilt toch dat er mensen zijn die van je houden, dat je iets voor elkaar kunt betekenen. Je wilt toch graag dat jij iets bij kunt dragen aan de maatschappij.
Heschel zegt: zo’n mens word je in het gesprek mét God. Zo’n mens word je als je je afstemt op God. Dat doet Job. Het is een lang gesprek. Het is ook vaak een moeilijk gesprek, een levenslange worsteling misschien wel. Maar je bént in-gesprek. Je verbindt je met God.
Dat doet Job. Dat doen zijn vrienden niet.
Stiekem hebben we al natuurlijk al even gekeken op de laatste bladzijde van het boek Job.
Stiekem weten wij al hoe het afloopt. God geeft Jób gelijk.

Net zoals wij in het gesprek met God groeien – zo kunnen wij ook groeien in de gesprekken die wij met elkaar voeren. Dat geldt ook voor het gesprek over de wereldwinkel straks.
Je kunt je afsluiten, de deur dicht houden, omdat je ‘het al weet’, of omdat je overtuigd bent van je eigen gelijk. Maar als je je open durft te stellen, als je durft te luisteren, als je twijfels durft toe te laten – dan groeí je – ook in zó’n gesprek. In elk echt gesprek misschien wel – kun je groeien.

Het is niet Gods bedoeling om ons klein te houden, zoals Jobs vrienden zeggen. Het is Gods bedoeling dat wij groeien en tot ons recht komen. Job houdt daaraan vast. Hij is die rechtvaardige naar wie God op zoek is.

Ik ken mensen, die soms al toen ze nog maar heel jong waren, grote moeilijkheden hebben ervaren, die ze met niemand konden bespreken. Ze stonden er alleen voor. Alleen? Nee – niet alleen, want zij waren in gesprek met God. En hoe lang en moeilijk dat gesprek ook was – zij vonden een weg door hun moeilijkheden heen. Zij zijn mijn helden. Het zou zomaar kunnen – dat zo’n held naast u zit. Misschien wel, bent u het zelf.
Amen.

Job 10 vers 1 t/m 3 en 6,7; Job 8 vers 1 t/m 6; Job 11 vers 1 t/m 4 en vers 11 t/m 16; Job 32 vers 2,3,6 t/m 10; Job 34 vers 34 t/m Job 35 vers 2 en Job 36 vers 1 t/m 4 en vers 6 t/m 12.
Dienst m.m.v. Vocalis St. Jan o.l.v. Arjen Leistra