Kerstnachtdienst, 24-12-17

Marjolijn RusschenPreken

We hebben een dichter des Vaderlands, een denker des Vaderlands en zo hebben we ook een theoloog des Vaderlands. Sinds kort is dat Claartje Kruiff. Dat is bijzonder, want Claartje Kruiff is iemand die niet met het geloof is opgegroeid. Pas toen ze 28 was en ze ging trouwen met een katholieke man, kwam ze in aanraking met de kerk. Ze kwamen bij een priester om hun huwelijk voor te bereiden. Deze priester had alle tijd voor een gesprek met hen.

Dat gesprek was een verademing voor haar. Het zette haar leven in een ander licht. Ze gaf haar praktijk als psycholoog op en ging theologie studeren. En nu is ze zelf voorganger.

Het geloof veranderde haar. Altijd hoorde ze om zich heen: ‘je moet gelukkig zijn’, maar dat altijd maar gelukkig moeten zijn, viel haar zwaar. Ze voelde zich juist vaak verloren. Door het geloof ontdekte ze: het pijnlijke en het onvermogen hóren bij ons leven. Ze ontdekte ook dat niet alles in het leven om haar draait, dat ze deel is van een groter geheel.

Zou het kerstevangelie ook óns leven in een ander licht kunnen zetten en ons ínzicht kunnen geven in de betekenis van óns leven.

Meteen al bij de eerste woorden van Lucas 2 wil ik even stil staan. ‘In die dagen’, staat daar. Het gebeurt in die dagen. Dat zijn de dagen, de tijd, dat Augustus keizer was van het Romeinse Rijk en Quirinius landvoogd van Syrië. Toén werd Jezus geboren. Zo’n 2000 jaar geleden. Het is ‘echt’ gebeurd, zou je kunnen zeggen, toen en toen en daar en daar.

Maar daarmee is niet alles gezegd. De bijbel is geen geschiedenisboek. Als de bijbel een geschiedenisboek zou zijn, zou bijna niemand de bijbel nog lezen. Maar de bijbel is het meest gelezen boek ter wereld.

Dat komt omdat de Bijbel een levensboek is. De bijbel vertelt ons over ons leven: over ons menszijn, over wat er gebeurt tussen mensen onderling, en over wat er gebeurt tussen Gód en méns.

Sommige verhalen zijn, wat wíj noemen, ‘echt’ gebeurd. Andere niet. Maar in de tijd van de bijbelschrijvers – en tot 1800 ongeveer – dachten mensen helemaal niet in zulke termen. Ze vertelden elkaar verhalen over dingen die steeds wéér gebeuren. Het zijn verhalen waarin iederéén zichzelf kan herkennen. ook wij, nu nog. Als ik zo’n verhaal hoor, denk ik: dit gaat over mij. Ja, zo is het ook bij míj.

Als ik dus lees: ‘in die dagen’, dan weet ik: Jezus wordt geboren, heel concreet, toen en toen en daar en daar, én in álle tijden. Oók in míjn dagen. Hier en nu. God komt als een kind in ónze wereld. Vandáág wordt Hij geboren. Daar gaat het om: dat Hij nu geboren wordt.

Nu we weten wannéér Hij wordt geboren, kunnen we kijken wáár Hij wordt geboren. Bij Maria en Jozef. Maria is nog een jong meisje, als ze wordt aangesproken door een engel, een boodschapper van God, en het hele bijzondere van Maria is: Zij staat ópen voor wat haar wordt gezegd. Zij luístert naar die woorden van God.

Maria wordt wel de moeder van alle gelovigen genoemd. Dat is dáárom. Je zou haar ‘het model’ van een gelovige kunnen noemen. Aan haar zie je de levenshouding van een gelovige. Je bent niet alleen op de wereld. Niet alles draait om jou. Je hebt een tegenover. Er is iemand die je aanspreekt. Dat kan een ‘ander’ zijn met een kleine a, dat kan de ‘Ander’ zijn met een hoofdletter. Maar hoe het ook zij: Maria láát zich aanspreken. Ze zit niet opgesloten in haar eigen wereldje. Ze blijft niet hangen in haar eigen gedachten, over wat ze wel en niet moet doen. Ze laat zich verrassen. Zo is het ook met de herders. Ook zij laten zich verrassen. Als u dat ook wilt: het helpt als je stil wordt, en luistert naar wat die stem nu tegen jou zegt.

Nu we weten wanneer het gebeurt – in onze en in alle dagen, En waar het gebeurt – bij mensen die open staan, die zich willen láten aanspreken – nu kunnen we kijken naar wat er gebeurt. God komt in onze wereld als een kind.

Wij hebben allemaal onze eigen gedachten over God. Wij denken dat Hij een soort koning is die op een troon zit, ergens in de ruimte. Of wij denken dat God hetzelfde is als het lot. En dat Hij bepaalt of ik een ongeluk krijg of jij en of hier een oorlog komt of daar. En zo doen er zoveel gedachten over God de ronde. God blijft natuurlijk altijd een mysterie, een geheim. Maar in de bijbel lezen we, dat Hij zich wel aan ons laat kénnen, en dat doet God op een heel andere manier, dan wij altijd denken.

God laat zich kennen in zijn zoon Jezus Christus. Aan Jezus kunnen wij zien wie Gód is. En dan ontdekken we tot onze grote verrassing: dat God een kind is, een pasgeboren baby, dat klein is en weerloos en kwetsbaar en het kan alleen maar leven, als wij het zorg en aandacht geven. En net zoals een pasgeboren baby het leven van jonge ouders verandert, verandert dit kind ons leven.

Elk jaar met kerst worden we eraan herinnerd: God herkénnen we in het kleine en in het kwetsbare – in de ander en in onszelf. Het kleine en kwetsbare heeft áándacht nodig.

Ook het kleine en kwetsbare in onszélf. Het mag er zijn: mijn moeiten, mijn verdriet, mijn woede. Ik hoef die niet weg te stoppen achter een mooie façade. Ik zie onder ogen dat het er is. Ik accepteer het, dat het er is. Ik geef dat kwetsbare in mij, ruimte en aandacht. En dan ontdek ik tot mijn verrassing: dat in mij steeds meer ruimte komt voor liefde, en dat ik steeds meer de mens wordt, die ik eigenlijk ben. Dat is een verlossing, een bevrijding!

Ik wil dat graag illustreren met het levensverhaal van Edith Eva Eger. Zij vertelt daarover in het boek ‘De keuze’. Als Hongaars joods meisje kwam Edith Eger op haar 16e in Auschwitz. Voortdurend leeft ze daar op het randje van de dood. Op het nippertje overleeft zij de oorlog. Toen de bevrijders kwamen lag zij op één van de vele stapel lijken. De bevrijders keken aandachtig of er nog levenden tussen de doden lagen, maar het lukte Edith niet om zelfs maar een vinger te bewegen, en de soldaten gingen weer weg.

Op wonderbaarlijke wijze wist haar zus, die daar ook lag, toch hun aandacht te trekken. De soldaten kwamen terug en daardoor bemoedigd, wist ook Edith, met bovenmenselijke inspanning, een teken van leven te geven. U begrijpt dat zij met veel verdriet en angst en woede uit de oorlog kwam.

In haar boek ‘De keuze’ vertelt zij, dat zij na de oorlog er steeds weer voor heeft gekozen, om stukje bij beetje haar verdriet en haar angsten onder ogen te zien en – hoe zwaar het ook was – om die vreselijke pijn, die diep in haar verstopt zat, opnieuw te voelen. Ze liet het toe.

Het mocht er zijn. Ze gaf het aandacht, en elke keer als ze dat had gedaan, was dat een bevrijding. Er kwam steeds meer ruimte en liefde in haar. Ze kreeg steeds meer oog voor de pijn van de ander. Ze werd steeds méér mens. Ze ging psychologie studeren, en ze heeft in haar lange loopbaan – ze is negentig en ze werkt nog – veel anderen kunnen helpen om toegang te krijgen tot hùn pijn. Zo konden ook deze mensen veranderen in de mens die ze horen te zijn. En ook voor hen was dat een bevrijding. Edith Eva Eger zegt: het lijden maakt deel uit van ons leven. We kunnen het lijden niet vermijden, maar we kunnen wel kiézen hoe we reagéren op dat lijden. Wat onze pijn of verdriet ook is, het verdwijnt niet door ervoor weg te lopen. Het verdwijnt als we onze kwetsbaarheid liefdevol aanvaarden, en ruimte en aandacht geven.

Daarover gaat het met kerst. We kunnen ervoor kiezen, om net als Maria en Jozef en de herders, open te staan, en het kind dat wordt geboren – nu en steeds weer – te ontvangen. Dan kan dat kind in ons groeien. Dan groeit zijn liefde in ons. Dat is onze verlossing.

Door dat te doen worden we meer en meer mens. Met kerst horen wij: God wordt mens. Daardoor ontdekken wij, hoe wíj mens worden. Daar blijf je je leven lang mee bezig.

Claartje Kruiff voelde dat ze lichter werd door het geloof, minder somber. Ze hoeft niet meer de schijn op te houden en zich voor te doen als een mooie succesvolle jonge vrouw. Ook haar kwetsbare kant mag er zijn. Daardoor is bij haar óók ruimte gekomen. Voor de kwetsbare kant van mensen, die haar hulp inroepen.

Misschien geldt hetzelfde voor u. Misschien wordt ook u gepakt door dat grote verhaal. Misschien bent ook u, één van die mensen, die zich openen voor het wonder van dat kind, dat ons geneest en bevrijdt.

Amen

Lucas 2