Kerstsamenzang

Marjolijn RusschenPreken

Overdenking

Elk jaar wordt onderzocht, waarover wij, Nederlanders, ons de meeste zorgen maken. Bovenaan dat lijstje stond dit jaar: respect. Of beter gezegd: het gebrék aan respect. We ervaren het aan den lijve of we zien het om ons heen.

In mijn krant stond laatst een strip over ‘respect’. Je zag een tekening van een balie van een gemeentehuis. U weet wel, allemaal verschillende loketten naast elkaar. Boven één loket hing een bord: ‘Respect’. Vóór dat loket stond een lange rij wachtenden. Onderwijzers en leraren voorop natuurlijk. Iedereen weet hoe weinig respect zij krijgen. Achter hen stonden:

Boeren, schoonmakers, bejaarden, politieagenten, de Brandweer, vrouwen, lhtb groepen, vluchtelingen, mensen met een donkere huidskleur, witte mannen, medewerkers van de Eerste Hulp in ziekenhuizen, mensen van de thuiszorg en het personeel van zorginstellingen natuurlijk.

Bij dat loket kon ieder zijn portie respect ophalen. Maar toen de laatste groep aan de beurt was, was het respect op. In die strip werd respect dus voorgesteld als iets wat schaars is. Er is maar een beperkte hoeveelheid respect, en die moeten we zo goed mogelijk verdelen.

Met kerst ontdek je, dat het ook anders kan. Met kerst horen we: God is mens geworden, God is als een mens in ons midden is gekomen. Dat betekent dus: God neemt zijn intrek in een mens. Zo belangrijk is de mens: Hij is het waard om woonplaats te zijn van God. Dus:

Als ik goed kijk, kan ik in jou iets van God ontdekken, of dan ontdek ik, dat God misschien wel door joú, iets tegen mij wil zéggen. Of misschien zelfs – als ik stil word – hoor ik de stem van God in mijn eigen hart.

Dat geeft u en mij en ieder mens een grote waardigheid: Jij, als mens bent woonplaats van God. Als je dat beseft, ja, dan kun je toch niet anders, dan jezelf en iédere andere mens respecteren. Dan is respect en waardigheid iets wat met ons menszijn is gegeven. Eerlijk gezegd: Dit geldt niet pas vanaf de geboorte van Christus. Het staat ook al op de allereerste bladzijde van de bijbel. Daar lezen we: ieder mens is een schepsel van God. ‘Ja maar’, zegt u nu, ‘ik geloof niet dat God ons heeft geschapen. We weten nu wel beter’.

Ik wil daar graag iets over zeggen. In de Bijbel staat geen theorie over het ontstaan van de aarde. Zo’n theorie mogen natuurwetenschappers en biologen ontwikkelen. Zij ontdekten de evolutie en later de big-bang en over enige tijd zien ze het ontstaan van de aarde misschien nog weer anders. Dat is allemaal reuze interessant, maar daar gaat het niet over in de bijbel.

De bijbel vertelt ons iets anders. In de Bijbel lezen wij bijvoorbeeld hoe wij ons menszijn kunnen zien. De bijbel zegt: een mens is schepsel van God, een mens is zelfs beeld van God.

Je waardigheid is gegeven met je menszijn. Met kerst komt daar nog bij: God kiest ons uit om in ons te wonen. U begrijpt, als je dat gelooft, dan raakt de hoeveelheid respect nooit ‘op’, dat wordt ieder mens met respect en hoogachting benaderd.

Als we dat doen is er vrede op aarde. En als wij in vrede samenleven –Dan eren wij God.

Lucas 2