Vergeving van zonden en wederopstanding van het vlees

BhrDSchieGeloofsbelijdenis, Preken

11e in de serie over geloofsbelijdenis

Preek voor zondag 8 oktober 2017 over:
Apostolische Geloofsbelijdenis:
‘Ik geloof………..vergeving der zonden en wederopstanding van het vlees’
Constantinopel: ‘Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden’.

Gemeente van Jezus Christus,

Wij leven in een claimcultuur. Als ik mijn gelijk niet krijg, dan zorg ik wel dat ik die krijg.
Als mijn kind een vijf heeft, vind ik dat haar onrecht wordt aangedaan,
En op hoge poten loop ik naar de juf om protest aan te tekenen.
Als een dokter een fout maakt, span ik een proces aan en probeer ik een schadevergoeding te krijgen. Als mijn provincie meer belasting moet betalen, dan een andere provincie, wil ik genoegdoening,

De claimcultuur is hard en onverzoenlijk. Die is uit op conflict.
Die claimcultuur is typisch iets van onze tijd.

Maar misschien zijn: ‘je rechten opeisen, je gelijk halen, wraak en vergelding’ wel van alle tijden. Immers: al in de bijbel is vergeving belangrijk.

Daarover gaat het vandaag: ‘vergeving van zonden en opstanding van het vlees’,
ook wel genoemd ‘opstanding van de doden’.

Dit onderwerp sluit mooi aan bij de doop en belijdenis van de vorige week.
Ook in de doop gaat het over vergeving en opstanding. De doop is een keerpunt.
je laat je oude, zondige leven achter je, en een nieuwe mens, die leeft met Christus, staat op.
Daarover gaat het vandaag: God vergeeft je zonden, Hij wekt je op uit je zondige leven,
en je staat op als een nieuwe mens. Vergeving en opstanding horen bij elkaar.

Als we spreken over vergeving van zonden moeten we eerst weten wat zonden zijn.
Het Griekse woord voor zonde betekent: het doel mislopen, aan zichzelf voorbijlopen.
Ik heb een ezelsbruggetje bedacht om te onthouden wat zonde is.
Zonde is ‘zijn zonder….’

Zonde – is leven zónder:
*Zonder je ware zelf. Je kunt niet jezelf zijn. Je moet de stand ophouden, de schijn ophouden. Je doet dingen die niet bij je passen. Of je doet veel te veel.
Je bent je ware zelf kwijtgeraakt. Dat is zonde!

*Zonde is ook leven zónder anderen. Je hebt geen tijd en geen aandacht voor de mensen, die belangrijk voor je zijn en je schaadt je relaties. Dat is zonde!
*Zonde is ook leven zónder het milieu. Je schaadt het milieu. Dat is zonde!

*Zonde is ook leven zónder je goddelijke oorsprong. Je vergeet dat jij een schepsel en een beeld van God bent. Dan onderschat je je eigen waardigheid, en je eigen betekenis. Dat is zonde!

Het lastige van zonde is dat je het moeilijk kunt veranderen. Je zit er in vast.
Dat zien we in Marcus 2. Er is een verband tussen zonden en verlamming.
De man zit vast in zijn zonden. Dat is verlamd zijn: zondig zijn en niet kunnen veranderen.
Zonden verlammen je.

Het grote voorbeeld daarvan in de bijbel is het volk Israël in Egypte. De Israëlieten zijn slaven in Egypte. Ze zijn geen mensen, geen beeld van God. Ze zijn niet wie ze moeten zijn. Ze zijn slaven en ze kunnen geen kant uit.

Misschien herkent u het ook wel in uw eigen leven. Je bent boos op iemand.
Je kunt het maar niet loslaten. Je denkt nergens anders meer aan.

Of een ander voorbeeld. In onze maatschappij zijn veel regels en veel mensen hebben direct hun commentaar klaar. Je krijgt het gevoel dat je met alles en iedereen rekening moet houden, en dat je het nooit goed kunt doen. Je wordt zo bang om fouten te maken, dat het je verlamt, en je kunt helemaal niets meer.

Of je realiseert je dat onze manier van leven slecht is voor het milieu. Maar wat moet je? Je voelt je machteloos. Zonden verlammen ons.

Jezus spreekt de verlamde áán op zijn zonden. Dat is belangrijk.
In de bijbel worden de zonden niet verdoezeld. Ze worden onder ogen gezien,
Ze worden benoemd! De zonde is er. De zonde zit in ons allemaal.

In de bijbel worden zonden ook veroordeeld.
Zonden zijn niet goed. Ze schaden ons en ze verlammen ons.

Maar, zegt de geloofsbelijdenis, maar, zegt God tegen het volk Israël in Egypte, en zegt Jezus tegen de verlamde,
Je zonden worden vergéven. Ik zal je verlamming genezen. Sta op. Sta op en ga op weg.

God vergééft de zonden. Dat betekent: God rekent ons de zonden niet aan. Je bent ervan verlost. Ze zijn er niet meer. Ze verlammen je dus ook niet meer. Je kunt weer verder. Je kunt opstaan en nieuwe wegen inslaan.

De bijbel gebruikt verschillende woorden voor dat zondige bestaan van ons.
‘Vlees’ bijvoorbeeld en ‘dood zijn’.
‘Vlees’ en ‘dood’ zijn andere woorden voor leven in zonde. God bevrijdt ons daaruit.
Hij vergeeft ons. Je kunt opstaan en opnieuw beginnen. Je kunt gaan leven in Zijn Geest.

Dat doet God: Hij maakt steeds weer in ons leven een nieuw begin. Hij leidt het volk Israël uit Egypte, Hij redt Noach uit de vloed, Jona uit de vis en Naäman van zijn ziekte.

God wil het goede voor ons. Hij komt om ons te genezen en om ons te redden.
Dat doet God ook door zijn zoon Jezus Christus. Daar wil ik nog iets verder op ingaan.

Wij mensen doen Christus onrecht aan. En wat doet Hij dan?
Hij betaalt ons niet met gelijke munt terug. Hij vergeldt het ons niet. Hij neemt geen wraak.
Nee, Hij lijdt onder het onder het onrecht dat wij hem aandoen. Híj draagt de lást van ónze overtreding. Hij wordt veroordeeld en Hij sterft. En – dat is best lastig om te begrijpen vind ik – daarmee worden dus eigenlijk ónze zónden veroordeeld. Eigenlijk sterven wíj (sterft dat zondige van ons) daarmee. Als Christus sterft, sterven onze zonden.

Ik zal het van een andere kant benaderen. In het woord ‘vergeven’ zit het woord ‘geven’.
Vergeving is een geschenk. God geeft ons iets.

Meestal geef je iets aan iemand in nood of aan iemand die je aardig vindt.
Maar wie vérgeeft, geeft aan iemand die hem pijn gedaan heeft.
Degene die vergeeft, die draagt de last. Die last neemt hij over van de schuldige.
Die wordt ervan bevrijd. Die heeft die last van de schuld niet meer.
Wij hebben dus die last van onze schuld niet meer. Die draagt Jezus.

Vergeving is dus een geschenk. Een heel bijzonder geschenk! Je krijgt er niet iets bij maar er wordt iets van je afgenomen. De last van je schuld wordt van je afgenomen.
Je hoeft er niet meer onder gebukt te gaan. Je voelt je een stuk lichter. Je schuld is met Christus gestorven.

Daarmee is dus ook een einde gekomen aan je verlamming. Met Christus sta je op tot een nieuw leven. Nu leef je anders, nu leeft Chrístus ín joú. Dat is het geschenk van Gods liefde.

Maar nu nog iets anders:
Zoals God óns vergeeft, zo kunnen wij elkáár vergeven. We kunnen Gods vergeving nabootsen. Als Christus in mij leeft, word ik instrument van Zijn liefde.

Dus als jij mij beledigt of kwaadspreekt over mij, dan doe ik dat niet terug. Ik neem geen wraak, ik vergeld het niet. Ik voel wel de pijn, ik word boos misschien. Ik benoem het,
en ik draag de last ervan. Het is het geschenk van mijn liefde aan jou.
Ik heb jou lief, ondanks dat wat jij mij aandoet.

Voordat ik zover ben, ga ik door een moeilijk proces. Ik kom daar anders uit, dan ik erin ben gegaan. Denkt u maar aan Christus en de wonden die hij na zijn opstanding aan zijn leerlingen liet zien. De verwondingen hebben iets met je gedaan, ze zitten in je lijf.
Hildegard von Bingen zei: ‘die wonden kun je veranderen in parels’.
Wat jou gekwetst heeft, heeft je ook gedwongen aan jezelf te werken. Daardoor groei je in liefde. Steeds meer word jij instrument van de liefde van God.

Zonden verlammen ons, maar God vergeeft ons, en schenkt ons een nieuwe toekomst.
Zo kunnen wij ook voor elkaar steeds weer een nieuwe toekomst openen.

Als wij op onze rechten staan, en ons eigen gelijk willen krijgen, en kwaad met kwaad vergelden sturen wij aan op conflict en oorlog.

Een cultuur van vergeving stuurt aan op vrede en wederzijds respect.
Zonder vergeving is er geen gemeenschap. Zonder vergeving is er geen toekomst.
Vergeving is onze redding. Het is een geschenk van God.

Ik besluit met een gedicht van Anna Briggs,
Waarin dit alles samenkomt.

‘Verdrietig leggen wij onze gebroken wereld aan uw voeten.
We worden achtervolgd door honger, oorlog en angst, onderdrukt door macht en haat.
Het lijkt wel alsof winst en macht en trots meer waard zijn dan ons leven.

U bracht liefde,
daaraan bent u gestorven.
U leefde om ons allen één te maken met u.

Hier zijn wij
Onze steden zijn verwoest,
Onze naasten zijn gewond en gebroken
En u – U laat ons zien hoe oude pijn en wonden
omgevormd kunnen worden tot nieuw leven

Hier zijn wij
onze hoop op een waardig leven is gebroken
We zijn werkloos óf we zijn overwerkt
En U
U hebt ons lief
U roept ons om vrij te zijn.

Hier zijn wij
onze liefdes zijn verstoord
vrienden zijn kwijtgeraakt,
families gebroken
en u
in uw leven en sterven zien wij,
Dat liefde steeds weer opnieuw gebóren moet worden.

Hier zijn wij
Ons zelf is gebroken
We zijn verward, gesloten, moe.
En u
uw genade maakt ons heel
daardoor vinden wij een nieuwe bestemming.

Kom, vervul ons vuur van God,
vernieuw en versterk ons
Opdat u in ons kunt vinden:
Liefde
en hoop
en vertrouwen.
Til ons op tot u’.
Amen.

Micha 7 vers 18-20, Ef 5 vers 1,2,8b-17 en Mc 2 vers 1-12.