God, de Vader, De Almachtige

BhrDSchieGeloofsbelijdenis, Preken

6e in de serie over de geloofsbelijdenis

De Vader, de Almachtige (Apostolische Geloofsbelijdenis)
of: de almachtige Vader (Geloofsbelijdenis van Nicea)

De woorden ‘Almachtig’ en ‘Vader’ ervaren we niet zomaar als positief. ‘Almachtig’ roept bij velen vragen op en onprettige associaties en ook lang niet iedereen heeft goede ervaringen met een vaderfiguur. Een doopgebed van Geert Boogaard kan ons helpen de betekenis van deze woorden te begrijpen. Ik denk dat velen van u dit doopgebed wel herkennen. Ik heb het zelf vaak gelezen bij doopdiensten, en tot mijn vreugde ontdekte ik, dat ook Willem Alexander en Maxima bijvoorbeeld, het hebben gekozen bij de doop van Alexia. Het spreekt dus nog steeds jonge mensen aan. Ik heb dit gebed gekozen omdat hierin óns ouderschap wordt áfgeleid van het vaderschap en de macht van God. Het gebed gaat zo:

‘Je bent gedragen om verlost te worden, gekomen om te gaan
de streng die je bond aan het lichaam van je moeder
moest verbroken worden om je te laten leven.

Dit mogen we nooit vergeten:
Je bent geen bezit.
Wij hebben jóu niet; jij hebt óns
om je te leiden, te beschermen, te bewaren voor angst
Om je te zeggen dat we niet bang zijn als het onweert
en met je te zingen in de nacht.

Wij zijn toeschouwers, aan de rand van je leven
we mogen je gadeslaan, terwijl je speelt en naar je lachen
terwijl je verloren bent in wat je ziet en doet.
We zien je langzaam worden wat je bent
we houden de weg open naar je geluk
en trachten te verhinderen
dat je wordt wat je niet zijn kunt.

Als je naar God vraagt
vertellen we van Jezus
als je naar de dood vraagt
vertellen we van het leven
vraag je waar je vandaan komt
dan zullen wij zeggen:
uit de wereld der liefde.

Je mag ons eenmaal verlaten
je bent er om dat te doen
je mag je heengaan voleindigen.
Al wat wij voor je deden is voorlopig.
Je moet ons niet worden.
Je moet jezelf worden.
Je moet worden waarheen je wijst:
je eigen wonder.

We hopen voor je, altijd, je verschijnt in onze gebeden.
We hopen dat je blij zult worden
levend in de schepping
man en vrouw
wandelend in licht van vergeving
en wachtend op het Rijk.

Je mag gaan. Je zult het.
Het is een gebod, een belofte.
Ga heen in vrede’.

Het doel van het ouderschap is volgens dit gedicht: je kind leíden en bégeleiden naar volwassenheid. Het doel is dat het kind tot haar recht komt, zichzelf wordt, dat het groeit en bloeit en in vrede kan leven met zichzelf en met anderen. Dat is óók het doel van het vaderschap en de almacht van God.

Meteen al in Exodus 19 ontdekken we belangrijke dingen over de macht en over het vaderschap van God. God heeft zijn volk, zijn ‘kinderen’ bevrijd uit Egypte. Hij is als een liefdevolle vader. Hij ziet dat het niet goed gaat met zijn kinderen. En Hij ontfermt zich over hen.

God is ook machtig. ‘Ik heb opgetreden tegen Egypte’, zegt hij tegen Mozes. Dát doet God: Hij maakt korte metten met de dictatoriale en op rijkdom beluste farao. Deze farao, houdt mensen klein en maakt hen tot slaven.
Wij kennen ze ook wel: de machtige leiders, die uit zijn op hun eigenbelang en die anderen daarvoor gebruiken. Meedogenloos. Hoe het met die anderen gaat interesseert hen niet.
Het enige dat zij nastreven is hun eigen rijkdom en macht.
Wij kennen ze ook wel: de machten die óns in de tang houden:
-De economie die steeds maar moet groeien,
-Steeds meer prestaties die van ons worden verwacht,
-alles wat gangbaar is in onze maatschappij en waar je voor je gevoel wel aan mee moet doen.
Wij kennen ze ook wel: onze eigen almachtsfantasieën:
‘Ik word later……………………..’
‘Ik zal dít weleens even veranderen……..’ – vult u maar in.
Wij kennen ze ook wel: de almachtsfantasieën die je als ouders voor je kind kunt hebben.
‘Mijn kind moet gaan doen, wat mij niet gelukt is’, ‘mijn kind moet gaan doen, waar ik niet de kans voor heb gehad’.

Dít doet God: Hij maakt korte metten met al die machten, die anderen naar hun hand willen zetten, die mensen klein maakt, die mensen tot slaven maakt, die hen onvrij maakt.
God bevrijdt zijn kinderen uit de handen van die machten. Hun macht, de macht van de farao zinkt in het niet vergeleken bij de macht van de God van de bijbel.

‘Ik heb jou op adelaarsvleugels gedragen’, zegt God. Als een sterke, zorgzame en liefdevolle Vader wil onze God niets liever dan een goede toekomst voor zijn kinderen:
Vrede en gerechtigheid, genoeg voor iedereen.
Hij geeft hen geboden, woorden vol van belofte. Woorden die richting geven aan ons leven en samenleven. Als we ons aan Hem toevertrouwen, als de macht boven alle andere machten, als we naar Zijn woorden handelen, wordt het leven goed.
Ook de Vader van de twee zonen (Lucas 15:11-32) doet met alle macht en alle liefde wat hij voor zijn zonen kan doen. Hij geeft zijn zonen liefde en ruimte. Hij is een gulle vader. Alles wat van hem is, is ook voor zijn zonen. Zijn grootste vreugde is, dat het met hén goéd gaat.

Die liefde en zorg zien we ook in de lezing uit 2 Kor 6:14-18. Dat is wat God wil voor zijn mensen en dat is wat hij hen kan geven: gerechtigheid, licht, de liefde die in Christus is, waardigheid: ‘Jij mens bent een tempel van God’. Dat is de macht van God, zo is Hij onze Vader: Hij geeft ieder mens waardigheid. Hij leert ons samen te leven in liefde.
Hoe liefdevol deze Vader ook is, Hij kan zijn kinderen niet behoeden voor gevaren en onheil.
Hij is niet ‘machtig’ in die zin, dat hij aan hún touwtjes trekt, en dat hij voor hen bepáált, welke stappen ze zetten. Hij kan niet voorkomen dat zijn kinderen verdwalen of dat ze de richting kwijtraken. God wijst Israël de weg, maar ze kunnen zelf kiezen of ze er iets mee doen. Ze zijn vrij om andere wegen te gaan.
De vader van de beide zonen heeft het goede met hen voor, maar: de jongste zoon gaat zijn eigen weg en zijn vader kan of wil hem niet daarvoor behoeden. Hij laat hem vrij.

In zijn brief aan de Korintiërs zegt Paulus het net zo. Je hoéft niét te kiezen voor gerechtigheid en licht en Christus. Misschien vind je ‘doen wat iedereen nu eenmaal doet’, presteren, stress, rijkdom, alcohol of drugs wel veel aantrekkelijker. Misschien klinkt dat een stuk interessanter en opwindender dan ‘tempel van God’ zijn.
God, de Vader, de Almachtige, is dus niet een God, die ‘alles kan’. Wij zijn geen pionnen op zijn schaakbord. We zijn geen poppetjes aan zíjn touwtjes.

Er is nog iets dat opvalt in onze Bijbelteksten. Deze teksten hebben het over ‘thuiskomen’.
Over ‘horen bij God’, over ‘van God zijn’. Het bijzondere daarvan is: wie thuiskomt bij God,
komt ook thuis bij zichzelf. Die komt thuis in de wereld. Die komt thuis in zijn leven
Die vindt een weg in zijn leven, die begaanbaar is en goed. Die vindt vrede.

In Exodus 19 zegt God tegen Israël: ‘Ik heb je hier bij Mij gebracht. Je zult een kostbaar bezit voor mij zijn. Een koninkrijk van priesters zal je zijn. Als je mijn woorden ter harte neemt, dan wordt de aarde een leefbare aarde. Dan is de wereld een plaats waar je thuískomt’.

In de gelijkenis in Lucas 15 staat dat thuiskomen bij de Vader zelfs centraal. Elke dag staat de vader op de uitkijk en als hij zijn zoon heel in de verte ziet aankomen, wordt hij met ontferming bewogen, hij rent naar hem toe, valt hem om de hals en kust hem. Deze vader wil bij zijn zonen zijn. Al het zijne is van hen.

Paulus gebruikt al net zulke woorden. ‘Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen,
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Ik zal jullie aannemen, jullie vader zijn
En jullie mijn zonen en dochters’.

Deze God, onze God is als een Vader. Hij blijft dichtbij zijn kinderen, én hij geeft hen vrijheid en ruimte. Zijn doel is een volwassen verhouding met zijn kinderen. Dat is ook het doel van ons ouderschap. En daarmee zijn we terug bij het doopgebed van Geert Boogaard.

God leidt je,
Hij bewaart je voor angst.
Hij leert je om niet bang te zijn als het onweert.
En om te zingen in de nacht.

Hij verlangt ernaar dat je wordt wie je bent,
Hij houdt de weg open naar je geluk
En tracht te verhinderen
Dat je wordt wat je niet zijn kunt.
Hij hoopt voor je dat je blij zult worden
levend in de schepping
man en vrouw
wandelend in licht van vergeving
en wachtend op het Rijk.
Je mag gaan, zegt Hij.
Je zult het.
Het is een gebod
een belofte.
Ga heen in vrede’.
Amen.

Lucas 15 vers 11-32, Exodus 19 vers 1 t/m 8a en 2 Kor 6 vers 14-18

Achtergrondinformatie bij ‘Almachtig’ en ‘Vader’.
Almachtig.
Het woord ‘almachtig’ komt maar heel weinig voor in de bijbel.
In het N.T. in de Openbaring van Johannes en verder alleen in 2 Kor 6: 18.
In het O.T. komt het woord ‘almachtig’ niet voor.
Hoe komt het dan in de geloofsbelijdenissen? Kort gezegd komt het door de Septuagint.
Dat is de Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel in de laatste eeuwen voor Christus.
Deze vertaling heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van het vroege Christendom
Voor de mensen in het Romeinse Rijk, die niet Hebreeuws spraken, was dit de enige manier om het Oude Testament te lezen.
In het Oude Testament wordt God weleens genoemd: ‘Heer van de heerscharen’ of ‘Heer van de legerscharen’. Die titels voor God zijn in de Septuagint vertaald met ‘almachtig’.
En zo is ‘almachtig’ waarschijnlijk ook in de Openbaring terechtgekomen.

Vader
In het Oude Testament komt 6 x voor ‘Vader’ van Israël, 2 x Vader van de koning, 1 x Vader der wezen, 1 x Vader van alle bewoners van Judea. Daarnaast wordt nog een enkele keer Israël de zoon van God (JHWH) genoemd.
Dat zou je ook een verwijzing naar God als Vader kunnen noemen.
Het woord Vader komt veel voor in het Nieuwe Testament.
Dat komt omdat Jezus God, zijn Vader noemt,
En wij dus ook God vader mogen noemen. ‘Onze Vader, die in de hemelen zijt…’.
Wij kunnen het Vaderschap van God dus niet losmaken van het Zoonschap van Jezus.
Wij noemen God Vader omdat Jezus dat deed.
Gods macht hebben wij leren kennen onder andere in de machteloosheid van Jezus.

Vader en/of moeder
De God van de bijbel heeft ook duidelijk moederlijke eigenschappen.