Pelgrim 26-3-17

BhrDSchie40 dagen tijd, Preken

Geloven is niet: een aantal stellingen onderschrijven. Geloven is een manier van zijn.
Het is: proberen zo te leven dat Christus door ons heen schijnt. Het is de bedoeling dat wij Christus in de wereld zijn. Dan kunnen mensen Christus gewaarworden via ons.

Dat is nogal wat! Dat is niet gemakkelijk. Je zou kunnen zeggen: eigenlijk is ons hele leven een oefening daarin, en de veertigdagentijd in het bijzonder. Stukje bij beetje leren we hoe Christus ons verandert en vernieuwt naar zijn beeld. Een belangrijke rol daarbij speelt het visioen. Dat is het doel dat ons voor ogen staat. Dat doel staat vandaag centraal. Dat doel zien we afgebeeld in het visioen van Jeruzalem in Psalm 122 en in het visioen van de maaltijd op de berg in Johannes 6.

Psalm 122 gaat over Jeruzalem. Dit Jeruzalem kun je niet aanwijzen op de kaart. Je kunt het niet zien. Je kunt het alleen zien met je innerlijke oog: in je gedachten, in je dromen.
Dit Jeruzalem is de stad van Gods dromen. En volgens mij ook van onze dromen. Zo’n ideale stad willen we wel. Midden in die stad staat het huis van God. En alle huizen daaromheen, hebben er iets van meegekregen. Het zijn huizen waar je kunt wonen, waar je gastvrij wordt ontvangen. Ze bieden een thuis aan de meest uiteenlopende mensen, die zich met elkaar verbonden voelen en die in verbondenheid met elkaar leven. Het is een eenheid, die stad.
Het is ook de stad waar recht wordt gedaan. Ja, zelfs waar het recht zetelt. In deze stad wordt de gerechtigheid behoed. Zoals bij ons de Raad van State waakt over het recht.
Er heerst vrede in dit Jeruzalem: sjaloom, heelheid, volheid, welvaren, rust en geluk.
U begrijpt: zo’n stad heeft een enorme aantrekkingskracht en van alle kanten komen de volken op aarde en naar toe, en de vrede van de stad breidt zich uit over de hele aarde.

Ook de maaltijd op de berg is zo’n droom, die we allemaal wel willen dromen. Hier staat Jezus in het middelpunt. Overal waar je kijkt zie je groen gras, en een menigte mensen, die wat ze hebben samen delen en die samen eten. Er is zoveel als ze willen. Iedereen wordt verzadigd en er blijft nog meer dan genoeg over om ook vele anderen te voeden.

Het klinkt prachtig, dat visioen! Alleen: wat heb je er eigenlijk aan. Het kan tóch niet.
Filippus zegt tegen Jezus: Zie je wel hoeveel mensen hier zijn. Ook al hadden we geld, dan nog zouden we niet genoeg hebben, om ieder zelfs maar een klein stukje brood te kunnen geven. En Andreas zegt: er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen,
Maar wat hebben we daaraan met zoveel mensen. Zo’n visioen van vrede, van genoeg voor iedereen - net als Filippus en Andreas kunnen wij het maar moeilijk geloven! We zeggen: ‘Ik ben realistisch. Dat bestaat niet’. Of we zeggen: ‘Mensen blijven het elkaar altijd moeilijk maken. Ellende en oorlogen blijven er altijd. Pas na ons leven, als we sterven, dan zullen we dat zien, dat Jeruzalem. Dit gaat helemaal niet over de wereld waarin wij leven’.

Ikzelf heb veel geleerd van Pinchas Lapide. Hij is een joodse bijbelgeleerde. Hij heeft ook het nieuwe testament bestudeerd. Een groot deel van zijn leven heeft hij gewijd aan het voor christenen verstaanbaar maken van de bijbel. Hij maakte ons vertrouwd met het Hebreeuws en het Grieks van die tijd en met de manier van denken van de joodse bijbelschrijvers van het oude en van het nieuwe testament. Die bijbelschrijvers waren joden. Ze waren niet beïnvloed door de Griekse filosofie, die in latere eeuwen zoveel invloed heeft gehad op het christelijke denken.

Lapide zegt:
Ik neem Jezus volledig serieus. Jezus streeft naar het onbereikbare. Daar draait het om in het joodse geloof. Wat mensen realisme noemen, zeggen dat alles nu eenmaal zo is, zeggen dat wij niet kunnen veranderen -dat realisme komt de joden vals voor.

Echt realisme, het realisme van de bijbel, dat is: ongeduldig zijn, dat is ongeduldig uitzien naar heil. Wanneer komt het nou eindelijk. Wanneer komt nou eindelijk eens een einde aan de honger, wanneer komt nu eindelijk eens vrede en eenheid? Wanneer ga ik nu eindelijk eens zin in mijn leven ervaren. Wanneer krijg ik nu eindelijk eens het gevoel dat ik er mag zijn, dat ik ertoe doe. Dat ik goed ben zoals ik ben.

Ik herken in de woorden van Lapide Psalm 42. U weet wel: dat hert dat smacht naar helder water! Zoals dat hert smacht naar water, Zo smacht mijn ziel naar God, naar heil, naar heelheid, naar vrede. Dat kan toch niet langer wachten! Het realisme van de bijbel, zegt Lapide, is: Weten dat alle werken van de mens onvolmaakt zijn, en toch en juist daarom oproepen om de wereld te verbeteren. (Pinchas Lapide: ‘De Bergrede’).

De bijbel staat er vol van: van oproepen van profeten, van visoenen, van hoopvolle woorden. Vol ongeduld uitzien naar het heil. Dat is het realisme van Jezus. Lapide zegt:
van goed willende mensen is dat niet teveel gevraagd. Ondanks alles en ondanks onszelf houden wij vast aan het visioen. Als je dát niet doet, leg je je neer bij het kwaad, dan maak je jezelf machteloos. Dan denk je: Wat kan ik nou doen? Ik kan toch niets veranderen. Ik kan toch niets doen aan de vrede. Er is toch geen toekomst voor onze kerk. Mijn bijdrage, stelt toch niets voor. Dat doemdenken, zoals wij dat noemen. Dat is self-fulfilling prophecy. Als je zo denkt komt het vanzelf uit, want dan doe je ook niks om aan die toekomst te werken.
Als je zo denkt als Fipippus en Andreas gebeurt er niets. Dan krijg je helemaal gelijk: Het wordt nooit wat.

Er is een woord dat ons verder kan helpen. Dat is het woord pelgrim. Psalm 122 is een pelgrimslied. De pelgrims, die op weg zijn naar Jeruzalem, zingen het, en zo houden ze zichzelf en elkaar staande en gaande. Zo kunnen wij ook onszelf zien: als pelgrims, in ieder geval deze veertig dagen. Net als de pelgrim Jezus, zijn wij op weg naar Jeruzalem.
Steeds komen we een stapje dichterbij. Maar een pelgrim heeft geduld nodig, De weg is lang en moeilijk. Lapide leert ons om vol ongeduld uit te zien naar heil en vrede.

De anglicaanse aartsbisschop Rowan Williams, een van de grote theologen van onze tijd,
leert ons juist om op die weg geduldig te zijn. Hij leert ons geduld. Gelovig zijn, een leerling van Jezus zijn, zegt hij. Geloven – dat is een manier van zijn. Dat is: bij Jezus zijn, bij hem in de buurt blijven, continu zijn nabijheid zoeken. Bij Jezus rondhangen, noemt Williams het,
zoals de leerlingen van Jezus toen dat deden, in de buurt blijven, bij hem rondhangen,
Je ogen en je oren open houden. Absorberen wie Jezus is en wat hij doet. Misschien gebeurt er dan wel heel lang helemaal niets. U kent dat wel van het bidden. Je kunt nog zolang en zoveel bidden, en het lijkt wel alsof het helemaal niets uitwerkt. Maar dan ineens ontdek je
Dat je de dingen anders gaat zien, en anders gaat ervaren. Zo is het ook met het rondhangen bij Jezus. Ineens ontdek je: O, dit kan ik ook zo doen. Deed Jezus het ook niet zo? Als je dichtbij Jezus bent, ga je de dingen anders zien. Heel langzaam en steeds meer wordt in jouw leven iets van Christus zichtbaar, Mensen ervaren zijn Geest in jou. Je wordt zelf een teken van leven en hoop. Omdat de wereld snakt naar heil, Hebben we op de weg naar Jeruzalem ongeduld nodig. Op die weg hebben we ook geduld nodig, want de weg kan zwaar zijn en lang, En soms raakt dat Jeruzalem helemaal uit het zicht. Daarom nemen we op die weg elkaar bij de hand, we houden elkaar vast, we bemoedigen elkaar, En soms wachten we op elkaar. We hebben geduld met onszelf, met elkaar. En met onszelf als gemeenschap.
En stukje bij beetje en na vallen en opstaan komt Jeruzalem in beeld.

Geloven is niet: een aantal stellingen onderschrijven. Geloven is een manier van zijn. Het is: proberen zo te leven dat Christus door ons heen schijnt. Dat mensen Christus gewaar kunnen worden via ons. Het visioen van Jeruzalem en het visioen van de maaltijd –Dat is waar de wereld naar snakt denk ik. Dat leert mij waar het heen gaat. Dat leert mij waar het op aan komt! Ik ben er blij mee, Het is niet gemakkelijk om vast te houden aan dat visioen,
maar ik doe het toch, want het helpt mij om gaande te blijven. Maar misschien ziet u dat wel heel anders. Amen.

4e in de 40 dagen Laetare, verheugt u.
Johannes 6 vers 1-15 en Psalm 122