Echt belangrijk 9-4-17

BhrDSchiePreken

Palmzondag 9 april 2017

Echt belangrijk
Vandaag begin ik met een vraag. Ik hoef geen antwoord. Het gaat erom dat u dit even rustig voor uzelf overdenkt. Die vraag is: Wat zijn de belangrijkste momenten in uw leven? Wat waren voor u de momenten of de tijden van grote vreugde? Die momenten dat je weet: hiervoor leef ik. Dit moet ik doen.
……………………………
Als het zo gauw niet lukt om iets te bedenken, dan kan dat altijd later op de dag ook nog

Ik neem wel een risico met mijn vraag. Misschien mist u nu mijn hele preek omdat u in gedachten bij dat gebeuren in uw leven bent. Daarom vraag ik u nu, om die herinnering weer even los te laten. En kijk met mij naar Psalm 73. Daar is iemand aan het woord, die helemaal niet blij is. Integendeel. De psalmdichter is boos, hij voelt zich benadeeld. Altijd probeert hij goed te doen. Hij doet alles om fouten te vermijden. Niemand kan hem iets verwijten. Hij houdt zijn geweten zuiver. En wat is het resultaat? Hij krijgt de ene tegenslag na de andere. Het lijkt wel alsof hij wordt gestraft omdat hij het goede doet! Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld. Hij is jaloers op al die mensen, die lang niet zo oplettend leven als hij, en met wie het toch goed gaat. Zij kennen de kwellingen die het leven kan hebben niet eens. Zij worden niet ziek, ze hebben geld genoeg. En het lijden van anderen zien ze niet eens. Ze hebben het veel te druk met hun eigen pleziertjes. Ze zijn arrogant, ze spreken kwaad, ze zijn gewelddadig. En ze komen er nog mee weg ook. Iedereen loopt achter hen aan. Ik denk dat we allemaal weleens zoiets denken als deze psalmdichter. Je kan het niet rijmen met Gods goedheid. Hoe je er ook over nadenkt: het is niet logisch. En veel mensen hebben dan ook om deze reden geloof en kerk de rug toegekeerd. Tot zover even Psalm 73.

Nu gaan we naar de lezing uit Johannes 12. Die gaat over de intocht van Jezus in Jeruzalem. Johannes vertelt heel anders over de intocht dan Marcus en Mattheus en Lucas. Bij Johannes staat het sterven van Jezus centraal. Allereerst gaat het over Lazarus. Kort voor de intocht heeft Jezus Lazarus opgewekt uit de dood. Dat is de reden waarom mensen Jezus tegemoet gaan en Hem toejuichen. Lazarus sterft en wordt weer levend.

Dan is er de gelijkenis van de graankorrel. U weet het waarschijnlijk wel. Zolang een graankorrel wordt bewaard in een doosje gebeurt er niets, maar als je de graankorrel begraaft in de aarde, dan gebeurt er wel wat. De buitenkant van de korrel sterft af. En pas daarna groeit uit de kiem een nieuwe plant, met nieuwe aren en nieuwe graankorrels. De kiem begint dus pas te leven als de buitenkant is afgestorven. Dat moet eerst. De graankorrel kan alleen leven doorgeven, door te sterven. Ook de graankorrel sterft en wordt weer levend.

Er is nog iets in onze tekst dat vooruitwijst naar sterven en opstanding van Jezus. Twee keer gaat het hier over de verheerlijking van Christus. De NBV vertaalt het met ‘verheffen tot majesteit’. Dat helpt om te begrijpen wat verheerlijking betekent. Het is het moment zou je kunnen zeggen, dat Jezus tot koning wordt gekroond. Nu wordt zichtbaar wie hij werkelijk is. Nu wordt zichtbaar waar het in zijn leven om draait. Nu wordt zichtbaar waarom Hij eer waard is. Wat is nu het moment van verheerlijking van Jezus? Dat is het moment dat hij sterft. In zijn dood, aan het kruis. Hij is machteloos. Hij kan niets meer. Hij kan zich alleen nog maar overgeven. Hij kan alleen nog maar vallen – vallen in de hand van God. Zoals die graankorrel valt in de aarde. Juist zo wordt duidelijk wie Hij werkelijk is. Zo wordt duidelijk wie God is en wat zijn weg is. Heel anders dus dan de onze. De weg van God is de weg van zwakheid, van nederigheid, van machteloosheid. Het is vasthouden aan de liefde – tot de dood én ook al leidt die liefde tot de dood. Dat doet Jezus als Hij Jeruzalem binnengaat. Dat is de intocht in Jeruzalem, in het heiligdom. Jezus deed dat voor ons. Opdat wij ontdekken wat ons werkelijk leven geeft. Opdat wij Hem volgen op Zijn weg.

Maar wat hebben nu de intocht van Jezus in Jeruzalem en Psalm 73 met elkaar te maken?
Misschien is het u opgevallen dat de tweede helft van de Psalm heel anders is dan de eerste helft. De verbitterde boze psalmdichter slaat ineens een heel andere toon aan. Hij zegt: “Zolang ik verbitterd was en gekwetst van binnen, was ik dom en dwaas. Ik leek wel een dier. Ik kon niet meer nadenken. Maar nu is alles anders. Nu weet ik dat U altijd bij mij bent. U houdt mij aan de hand. Naast u wens ik geen ander op aarde. God is de rots van mijn bestaan. Hij is al wat ik heb. Mijn enig verlangen is bij God te zijn”.

Ineens ziet de dichter alles anders. Hoe kan dat? Vanwaar die omslag? Dat staat in vers 17. Het is een onopvallend zinnetje, dus je leest het zomaar over het hoofd. Maar wat daar staat is belangrijk: Daar staat: ‘Toen ik Gods heiligdom binnenging’. Hier gaat het dus ook over een intocht.‘ Toen ik Gods heiligdom binnenging ging ik alles anders zien’. Deze intocht in het heiligdom is het grote keerpunt in het leven van de Psalmdichter. De dichter houdt op met mopperen over alles wat onrechtvaardig is. Hij ziet nu dat ware vreugde niet zit in succes of in rijkdom of in macht en zelfs niet in gezondheid. Hoe heerlijk al die dingen ook mogen zijn. Echte vreugde, weet hij nu, beleef je als je dichtbij God blijft. Als je doet wat Christus doet. In de woorden van Paulus: als de gezindheid van Christus in jou is.

Echte vreugde geeft de weg die Christus gaat. Dat geldt voor de Psalmdichter. Dat geldt voor de mensen voor wie Paulus preekte. Dat geldt voor ons. Het geldt voor mensen van alle eeuwen en van alle landen. Dat is de reden waarom wij in zijn naam gedoopt willen worden.
Dat is de reden waarom wij Hem willen volgen. We ervaren echte vreugde als we elkaar liefhebben, er voor elkaar zijn, dienstbaar zijn aan elkaar. Dat geeft ons leven zin. Wat een verlossing! Wat een bevrijding! Ineens zie je alles anders. Je oude leven, je oude gedachten, je streven naar succes, aanzien, macht, ego laat je los; je ziet de rijkdom die God je geeft, en met alles wat je bent en alles wat je bezit vertrouw je je toe aan Christus. En je volgt Hem op zijn weg. En dan draagt ook jouw leven rijke vrucht.

Nu is er één probleem. Het is best hardnekkig, dat verlangen van ons naar rijkdom en roem. Ons ego kan ons steeds weer in de weg zitten. Die weg van Jezus, die moet je leren. Steeds weer opnieuw. Steeds weer opnieuw moet je door elkaar gerammeld worden, moet je ‘sterven’ aan die manier van leven. Daarom gaan we elke zondag naar de kerk. Daarom vieren we elk jaar weer Pasen. Opdat we het nooit meer kwijt raken, opdat het in ons lijf gaat zitten, opdat het in de lijfjes van onze kinderen gaat zitten, opdat het in hen gaat groeien: een onverwoestbare hoop, een onverwoestbaar geloof en onverwoestbare liefde.
Dat alles horen we vandaag op Palmzondag, op de eerste dag van de Stille Week. De belangrijkste week van het kerkelijk jaar. De belangrijkste week van dit jaar in ons leven. Want wat we vandaag in een notendop horen, dat gaan we aan den lijve ervaren in de vieringen van de komende week. Je hoeft niets meer te doen dan gewoon erbij te zijn, het gewoon te ervaren, en dan zal je merken dat het je troost en geneest en vernieuwt.

Aan het begin van de preek vroeg ik naar uw dierbaarste herinneringen, naar die momenten of tijden in uw leven die echt belangrijk waren, die diepgang hadden. Die momenten dat u wist: dit moet ik doen. Dit is waarom ik leef. Ik zal u zeggen waarom ik daarnaar vroeg. Ik heb een vermoeden. Ik vermoed dat de dingen die u hebt bedacht, niet de dingen zijn, die je hebt gedaan om rijkdom of roem te vergaren. Dat zijn niet de dingen die voortkwamen uit jouw ego. Ik vermoed dat die momenten en tijden te maken hebben met dat ‘ingaan in het heiligdom’. Dat zijn dingen die je deed, die te maken hebben met de weg die Jezus ons leerde, die te maken hebben liefhebben, dienstbaar zijn, met geven en met ontvangen. Dat kan van alles zijn: Dat kan zijn als je de hele dag in de keuken hebt gestaan, en dan zie je dat dertig mensen ervan genieten en gezelligheid van hebben. Dat kan zijn als je al je kinderen en kleinkinderen om je heen hebt, of als een leerling van je ineens begrijpt wat je hem nu al weken probeerde uit te leggen. Dat kan je trouwdag zijn, maar het kan ook zijn toen je de moeilijkste toespraak van je leven hebt gehouden. Het kan zijn als je iemand helpt én als je dankbaar hulp kunt ontvangen. Het kan zitten in heel kleine dingen en in heel grote dingen. Maar één ding hebben ze gemeen. Op zo’n moment weet je dat je leeft. En waarom. Dat is de weg die Jezus ons leerde toen hij Jeruzalem binnenging. Laten wij met hem mee gaan op deze weg. De komende week en alle dagen van ons leven.
Amen.

Johannes 12 vers 12-26 en Psalm 73 en Filip 2 vers 5-11