Een heilige algemene Christelijke kerk, de gemeenschap van heiligen

BhrDSchieGeloofsbelijdenis, Preken

10e in de serie over Geloofsbelijdenis

In de serie diensten over de geloofsbelijdenis gaat het vandaag over de tekst:
‘Ik geloof in één heilige, algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen’.
Tot nu toe ging de belijdenis over God, Jezus en de Heilige Geest,
Maar nu volgt het laatste deel. Dat gaat over ons, de gelovigen.
Bij drie woorden zal ik stil staan. Dat zijn de woorden:
Heilig,
Christelijk en
Algemeen.

Ik begin met ‘heilig’.
Heilig vinden wij een lastig woord. Wij denken daarbij algauw aan moraal, aan goed en kwaad. De term heilig boontje zegt genoeg. Als je iemand een heilige noemt, kan dat een compliment zijn, maar het kan ook een sneer zijn.
Met de heiligen in de rooms-katholieke kerk hebben protestanten over het algemeen niet veel op, en ons zelf als heiligen zien, dat vinden we helemaal moeilijk.
Zelfs hoor ik – tot mijn grote verbazing trouwens – wel eens mensen in onze gemeenchap zeggen, dat de manier waarop zij leven niets met hun geloof heeft te máken.

Toch belijden wij, dat de kerk heilig is en dat wij een gemeenschap zijn van heiligen.
Misschien helpt het als we kijken naar de betekenis van het woord heilig.
Heilig betekent: behoren tot God, afgezonderd zijn voor de dienst aan Hem. Je bent apart gesteld, je onderscheidt je, het woord van God is als een schild om je heen.

In Johannes 17 bidt Jezus voor ons. Hij zegt: ‘Heilig hen door úw woorden, God’.
Hij bidt dat zijn leerlingen, mensen zijn die God woorden horen en daarnaar leven.
Hij bidt dat wij onszelf toeëigenen aan God. Dat wij zeggen tegen God:
Hier ben ik, God. Ik behoor U toe. Ik ben beschikbaar voor de taak waartoe u mij roept.
Ik ben beschikbaar om het werk van Christus te doen.

Het werk van Christus.
Daarmee zijn we gekomen bij het woord ‘christelijk’.
We zijn een christelijke kerk, de kerk van Christus.
Oftewel – zoals Paulus ons noemt – het lichaam van Christus. (Cor.12) Dat beeld spreekt ons aan. Zoals een lichaam verschillende delen heeft, zo zijn wij in de kerk allemaal verschillend.
Ieder mens is uniek en ieder brengt zijn eigen karakter, haar eigen talenten, haar eigen gaven in. We vullen elkaar aan en we hebben elkaar nodig. Allemaal samen vormen we één lichaam.

Dat zegt iets over onze omgang met elkaar. Je hoort bij elkaar. Je ziet de ander staan. De één kan niet zonder de ander. Door de ander word je zelf meer mens. We zorgen goed voor het lichaam als we het voeden met woorden uit de bijbel, met liederen en gebeden en met aandacht en liefde voor elkaar.

Sommige delen van het lichaam, zegt Paulus, hebben meer zorg nodig dan andere.
Dat is een mooi uitgangspunt voor het pastoraat.
Sommige mensen hebben altijd bijzondere aandacht en liefde nodig, anderen heel weinig. En de meeste mensen hebben alleen extra aandacht en zorg nodig in bepaalde perioden in hun leven.

Het beeld van het lichaam van Christus met al die verschillende delen is prachtig. Maar minstens zo belangrijk is om te bedenken, dat het hier gaat om het lichaam van Chrístus.

Wij, als kerk zijn het lichaam van Christus. Wij hebben deel aan het werk van Christus.
Het werk van Christus zet zich voort in ons. In de wereld van nu zijn wíj Christus.

Is het niet aanmatigend om dat te zeggen? Misschien klinkt dat zo voor u,
Maar toch is dat wat wij belijden: Christus is in de wereld door ons.
Zo kunnen mensen Christus leren kennen: door ons. Door dat ze in ons Christus ontmoeten.

Dat betekent dat wij kwetsbaar in de wereld zijn, net zo kwetsbaar en weerloos als Jezus zelf was. Denkt u maar aan de christenen in Egypte, die momenteel worden vervolgd.
Ondanks de brute aanvallen houden zij zich vast aan wat Jezus hen leerde: Houd van uw vijanden, zegen die u vervloeken. Doe goed aan degenen die u haten en bidt voor degenen die u misbruiken.

Het lichaam van Christus is ook nog kwetsbaar op een andere manier. Zijn lichaam was verwond. Die wonden, dat zijn onze zonden.
Wij zijn het kwetsbare en verwonde lichaam van Christus. We hebben twijfels, zwakke kanten, we schieten tekort – en juist zo – door zondige mensen, is Christus in de wereld. Wij zijn zijn lichaam.

Als je dat beseft, is het goed om te weten dat Jezus voor ons bidt. (Joh 17) Hij bidt dit gebed vlak voordat hij wordt overgeleverd en wordt gekruisigd. Hij bidt daarin niet om steun voor zichzelf. Hij, als stervende, bidt voor degenen die achterblijven, zoals Jakob en Mozes en Jozua voor hem dat deden. Jezus bidt hier niet voor zichzelf, maar voor ons.

In zijn gebed vraagt hij niet voor ons,
dat ons ziekte bespaard zal blijven, of ongeluk
of dat iedereen een levenspartner zal vinden,
of dat Hij iedereen kinderen wil geven.
of dat we alsjeblieft toch ook niet een heel kleín beetje rijk zouden kunnen worden.
En ook vraagt hij niet aan God of we misschien allemaal 84 jaar kunnen worden.

Jezus vraagt heel wat anders. Hij bidt voor ons, dat we bewaard blijven in Zijn naam,
dat wij één zijn met Hem en met God, dat Zíjn naam in óns verder zal leven,
dat wij Zijn vreugde zullen ervaren. Dat we wegblijven van het kwade. Dat we eén met God zullen zijn, één met Jezus, één met elkaar. Hij bidt dat wij heilig zullen zijn. Dat wij zijn zoals Hij. Naar Hem zijn wij genoemd. Wij zijn een christelijke kerk.

Jezus bidt nog iets:
en daarmee komen we bij het woord ‘algemeen’. Jezus bidt: ‘opdat de wereld door hén míj leert kennen’. Uiteindelijk heeft Jezus de hele wereld op het oog.
Als wij het lichaam van Chrístus zijn, is het dus belangrijk dat wij uit onze schulp kruipen,
en de wereld in gaan, net zoals hij dat deed.
Het is prachtig dat wij een gemeenschap zijn waarin wij liefdevol en zorgzaam met elkáár omgaan, maar als wíj Christus zijn, dan gaan wij, net als hij, op reis, zodat ook mensen buiten die gemeenschap Hém kunnen ontmoeten, in ons.

Iemand vertelde mij eens over een collega van hem:
Sinds een paar jaar gaat die collega naar de kerk, en daardoor is hij ontzettend veranderd.
Hij was echt niet van de ene op de andere dag een heilige geworden. Maar stukje bij beetje had hij zijn collega zien veranderen. Hij zag hoe sterk die collega nu stond, en hoe hij zich had ontwikkeld. Hij was een ander mens geworden. Hij wilde dat ook.

Dat is een prachtig voorbeeld. Dat is de bedoeling. Dat die ontmoeting met Christus, met één van ons dus, iets teweeg brengt. Dat die genezend is, helend.

Dat waren die drie woorden:
Heilig, christelijk en algemeen.
Wij geloven in de ene heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap van de heiligen.
Het is geen boodschap waar je je populair mee maakt. Vaak hebben wij, binnen de kerk, er al moeite mee, om nog maar niet te spreken van de scepsis van de mensen buiten de kerk.
Die is begrijpelijk, want in de kerk als instituut is lang niet altijd Christus te herkennen. Gisteren las ik het weer in de krant. Wij als westerse samenleving, inclusief de kerk, zijn heel vaak mensen van andere rassen en culturen niet tegemoet getreden zoals Christus dat deed.
We hebben vaak onszelf verheven boven anderen en anderen buitengesloten.

Misschien is het dan ook niet zo erg dat de kerk als instituut als bolwerk van macht verdwijnt, als er maar een andere ‘kerk’ voor in de plaats komt, die net als Christus de wereld in gaat, tot heil van allen. Aan ons de vraag hoe wij zo kerk kunnen zijn.

Dat kunnen we alleen ontdekken door Christus zelf, door de dagelijkse omgang met Hem.
En misschien is ook dat wel een belangrijke reden waarom wij moeite hebben met deze zin uit de geloofsbelijdenis. Want die vraagt iets van ons.
Die vraagt dat wij niet langer met het bestraffende vingertje naar de ander wijzen.
Die vraagt van ons dat wij uit onze slachtofferrol komen en zelf verantwoordelijkheid nemen. Die vraagt van ons, dat wij actief omgaan met Christus. Dagelijks in gebed, lezing en lied, en wekelijks in de dienst ter ere van Hem. En dat wij door onze omgang met Hem, dichter bij Hem komen, steeds meer van Hem worden. Één met Hem.

Cock Troost gaf ons deze week een mooi gedicht mee van Truus van der Roest. Daarin staat:
Het komt vaak nauwelijks in je op om de zaken die in je leven spelen met God door te spreken’. En toch, zegt van der Roest,‘Toch kan het zo bevrijdend zijn Hem in je leven te betrekken’.
God in je leven betrekken.
De omgang met Hem onderscheidt ons.Daardoor wordt Christus zichtbaar, tot heil van onszelf en tot heil van de wereld. Amen.

Leviticus 19 vers 1 en 2
1 Corinthiërs 12 vers 12-27
Johannes 17 vers 6-11 en 17-21

Thema:
Apostolische Geloofsbelijdenis: Ik geloof in één heilige, algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.
Geloofsbelijdenis van Constantinopel: …in één heilige en apostolische kerk.